Exitheffing: Het hof van Cassatie brengt duidelijkheid

Gepubliceerd door Elien Trossaert op

In de praktijk rijst vaak de vraag of de zogenaamde “effectiseringspremie” bij omvorming van een normaal belaste vastgoedvennootschap naar een vastgoedbevak deel uitmaakt van de belastbare grondslag voor de zgn. “exitheffing”. Deze vraag belandde recentelijk voor het Hof van Cassatie.

Wat is de “exitheffing”?

In bepaalde gevallen, zoals bij de omvorming van een onderneming met een normaal belastingstelsel naar een vastgoedvennootschap met een fiscaal gunstregime, is een exitheffing van toepassing om te vermijden dat belastingvrije reserves en latente meerwaarden door de omvorming definitief onbelast zouden blijven. Immers, de normaal belaste vastgoedvennootschap komt nu plots in een fiscaal nagenoeg vrijgesteld statuut terecht.

De exitheffing wordt in concreto berekend op de “werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen” op datum van de erkenning door de FSMA. De meningen verschillen wat hiermee precies wordt bedoeld.

Werkelijke waarde vs. effectiseringspremie

De fiscale administratie stelt dat er rekening moet worden gehouden met de effectiseringspremie om de belastbare grondslag voor de exitheffing vast te stellen. Een effectiseringspremie wordt als volgt omschreven:

“een premie die beleggers bereid zijn bovenop het netto-actief te betalen en die de verwachte meerwaarde weerspiegelt die voortvloeit uit de erkenning van de vastgoedvennootschap en uit haar beursintroductie”.

Wanneer de effectiseringspremie mee in overweging wordt genomen, zal de belastbare grondslag niet lager liggen dan de waarde van de uitgegeven aandelen die op het moment van de erkenning van de vastgoedvennootschap aan het publiek werden aangeboden. Een dergelijke waarde kan dus hoger zijn dan de werkelijke waarde die uit de balans zelf blijkt. De effectiseringspremie is als het ware een “bonus” die de beleggers bereid zijn te betalen.

Het hof van beroep van Antwerpen

Het Hof van beroep van Antwerpen volgde de zienswijze van de administratie. Volgens het hof mag er rekening worden gehouden met andere elementen die de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen kunnen beïnvloeden, zoals de effectiseringspremie. Een bijkomend element was dat de netto-actiefwaarde zelden overeenstemt met de werkelijke waarde en bijgevolg andere elementen mee in overweging moeten worden genomen.

Argumentatie contra van de belastingplichtige is dat de effectiseringspremie de werkelijke waarde van het maatschappelijke vermogen niet beïnvloedt. Daarom wordt de belastbare grondslag beperkt tot het netto-actief van de onderneming. De bedoeling van de exitheffing is om te vermijden dat latente meerwaarden en vrijgestelde reserves definitief onbelast zouden blijven en niet om al rekening te houden met de toekomstperspectieven of toekomstige meerwaarden van de omgevormde vennootschap.  

Het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie vertrekt van de vaststelling dat de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen, de werkelijke waarde is van de activa van de onderneming, verminderd met de voorzieningen en schulden. Het Hof concludeert dat uitsluitend de waarde van het vermogen mag worden belast en dus niet het surplus aan waarde dat wordt verkregen door de effectisering ervan.

Het Cassatiearrest van 28 november 2019 stelt de administratie in het ongelijk en verbreekt het arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 25 april 2017.

Auteurs:                                                                                           

Frédéric Kransfeld: frederic.kransfeld@abadvisors.eu
Griet Van Gucht: griet.van.gucht@abadvisors.eu

Categorieën: Nieuws