De liquidatiereserve in Uw vastgoedvennootschap: hou kalender in het oog !

Gepubliceerd door IVV op

Wie in zijn vennootschap een zogenaamde “liquidatiereserve” heeft aangelegd, kan deze vanaf 1 januari van dit jaar aan verminderd tarief uitkeren. Mits uiteraard aan een aantal voorwaarden is voldaan…

Een liquidatiereserve is een aparte reserve die door “kleine vennootschappen” sinds aanslagjaar 2015 (boekjaar 2014) kan worden aangelegd. Dit gebeurt door vanuit de boekhoudkundige winst van de vennootschap een liquidatiereserve te boeken op een afzonderlijke rekening van de passiefzijde van de balans.

De liquidatiereserve mag bovendien niet dienen om enige beloning of toekenning uit te keren aan de aandeelhouders.

Ter herinnering, “kleine vennootschappen” zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
  • jaaromzet, exclusief btw: 9 000 000 euro;
  • balanstotaal: 4 500 000 euro.

De vennootschap die een liquidatiereserve aanlegt, moet wel meteen een afzonderlijke aanslag van 10% betalen op het bedrag van de aangelegde liquidatiereserve. Boter bij de vis, dacht de toenmalige Minister van Financiën…

Wordt nadien de liquidatiereserve uitgekeerd binnen een termijn van vijf jaar, is er nogmaals 20% aan roerende voorheffing verschuldigd (voor liquidatiereserves aangelegd voor boekjaren 2015 en 2016 bedraagt de roerende voorheffing 17%). Wordt de liquidatiereserve ten minste vijf jaar aangehouden, is slechts 5% aan roerende voorheffing verschuldigd. Bij de definitieve ontbinding en vereffening van de vastgoedvennootschap, is evenwel géén roerende voorheffing verschuldigd.

De liquidatiereserve werd destijds ingevoerd om de verhoogde roerende voorheffing op liquidatiebonussen te “verzachten”. Op liquidatiebonussen was in het verleden immers eerst géén, nadien 10% en tenslotte 25% aan roerende voorheffing verschuldigd. Het tarief van 25% werd inmiddels trouwens nog verder verhoogd naar 30%. Een dure liquidatiekost voor wie jarenlang zijn vennootschap beschouwde als een spaarpot die bij pensionering fiscaal-vriendelijk kon uitgekeerd worden.

De termijn van vijf jaar is inmiddels verstreken voor vennootschappen die voor boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) een liquidatiereserve hebben aangelegd, en die dus vanaf 1 januari 2020 tegen een tarief van 5% aan roerende voorheffing deze liquidatiereserve kunnen uitkeren. Gezien de “wisselvalligheden” van de Belgische fiscale wetgeving, allicht een ernstig te bekijken optie in plaats van nog langer te wachten. Of desnoods opteren, indien mogelijk, voor de meest drastische oplossing en de vennootschap meteen maar liquideren. In een dergelijk geval is er immers helemaal géén roerende voorheffing verschuldigd op de liquidatiereserve….

Categorieën: Nieuws